Ga naar de inhoud

Waar schaduw uit de bomen valt

Verkrijgbaar in uw boekhandel!

Over Waar schaduw uit de bomen valt:

‘(…) De bundel is allereerst prachtig uitgegeven door uitgeverij P – een bevlogen thuishaven voor poëzie – met een fraaie collage van Van Goethem op het omslag, waarbij armen en handen in meerdere kleuren en groottes een omgevallen boom met ontblote wortels dragen. Ook binnen in de bundel bevinden zich op de grenzen van de drie afdelingen bijzondere collages die erg tot de verbeelding spreken. Maar dan nog de poëzie! (…)

De poëzie omvat de gehele schepping in haar diepste wezen. Ademloos blijf je verder lezen, omdat je niet kunt geloven dat poëzie zo kan blijven stromen. Daarin zijn vorm en inhoud volkomen één: als het sap dat door het wortelstelsel via de stam de bladeren bereikt, voel je dat de dichtregels binnenkomen en je gedachten in beweging brengen. (…)’

– Dietske Geerlings in Tzum

‘Deze bijzondere gedichtenbundel bevat poëzie van Shari Van Goethem (1988) en Edward Hoornaert (1981). Ze zijn een weerslag van het Eden Kunstenfestival in Roeselaere (…). Zoals ooit Moessorgski een schilderijententoonstelling in muziek omzette, zo doen Van Goethem en Hoornaert dat met hun gedichten. Ze slagen daar goed in: de beelden gaan leven in taal. Daarbij hebben ze duidelijk een eigen stem, zodat bij lezing direct duidelijk is wie welk gedicht schreef. Van Goethem laat daarbij meer gevoel zien en sterk beeldend taalgebruik (“uit Haar gewrongen wervels / schiep Zij de ochtend”). Hoornaert lijkt wat bespiegelender (“Het heilig huis niet slopen, maar de vloer uitgraven”). Beide dichters lieten zich voor deze bijna 100 gedichten inspireren door vele creaties van kunstenaars als Sofie Muller, Peter Defurne en Philip Aguirre y Otegui. De bundel is fraai vormgegeven en bevat drie kleurrijke collages van Van Goethem.’

– NBD Biblion

‘(…) Soms kijken man en vrouw mekaar aan en zit God op Haar troon; soms is de spraakverwarring compleet en vonken de gedichten als vuurstenen die de hele hof in as dreigen te leggen; saai is het nooit! Deze spanning waarmee man en vrouw zich tot elkaar (en tot zichzelf) verhouden is door de dichters fijnzinnig uitgewerkt in een bezwerende taal gespeeld op het strakgespannen vel van originele beelden. (…)

Duidelijk is dat Shari Van Goethem en Edward Hoornaert niet aan hun proefstuk toe zijn. Uit de diepste klei van hun psyche hebben zij met een sterk tot de verbeelding sprekende taal een van begin tot eind meeslepende bundel geboetseerd; oftewel “een plek / om je aan vast te zuigen / als aan een borst” (Voorland, SVG); of nóg anders gezegd: 1 + 1 = 3! Ten slotte zou deze recensie niet compleet zijn zonder ook de prachtige opmaak door Uitgeverij P te noemen; al mochten de knappe collages binnenin, eveneens door Shari Van Goethem, gerust de gehele pagina innemen!

– Vincent Van Gelder in De schaal van Dighter 

Annika Cannaerts over het gedicht ‘Kantelpunt’ van Shari Van Goethem:

‘Ik was meteen verliefd op dit gedicht: ik wou het opnieuw en opnieuw lezen, omdat zich telkens weer een nieuwe laag onthulde, hét kenmerk van grote poëzie. In deze verzen kom ik tegen wat er wezenlijk toe doet in een mensenleven: de tijd, het lot, de ander, het spirituele of het goddelijke. Het kantelpunt, de titel, is iets fascinerends: het precieze ogenblik waarop iets kantelt, de overgang van de ene milliseconde naar de andere is ongrijpbaar voor ons mensen, het is een moment dat buiten de tijd lijkt te staan, maar tegelijk is het toch een scharnierpunt. Het is niet te vatten. Het kantelpunt, het kapseizen van de ene toestand naar de andere is ook het moment waarop iets onomkeerbaar wordt, met als grootste keerpunt het moment tussen leven en dood.

Wat mij raakt is dat de dichter een groot verlangen uitdrukt om dat moment vlak voor de kanteling, te kunnen scheiden van wat onontkoombaar daarop volgt: de twijfel die toeslaat, het vergeten van hoe we elkaar liefhebben, het opgeven. Wat zou er dan gebeuren, als we dat zouden doen, dat stukje eruit knippen? Ah, dan wordt er niet gekanteld, gekapseisd, maar dan wordt er iets afgewenteld. Daarom vind ik dit ook zo’n krachtig gedicht: het willen ingrijpen, de koers veranderen van het onvermijdelijke, de stroomrichting willen omkeren.

Tegenover de beweging van het kantelen, stelt de dichter de roerloosheid (…) Het is geen vluchtige waardering of oordeel, maar een intens zien, het roerloze kijken naar iets kwetsbaar en tegelijk groots is. Zodat je iemand met
nieuwe ogen kan zien. Zodat je het licht kan zien dat op iemands gezicht valt. (…) Het voelt hier als een windstil gebied. Het is een bijna religieuze ervaring, een ontmoeting met god.’

Gust Peeters over het gedicht ‘De Eenzame’ van Shari Van Goethem:

‘Scheppers zijn eenzame wezens, omdat ze slechts in de eenzaamheid tot de volle ontmoeting kunnen komen met wat zij aan het scheppen zijn, wat in hun geest en onder hun handen ontstaat. (…) Wat tot stand wordt gebracht komt voort uit een ontbreken, een weten dat iets niet aanwezig is, nog niet, maar aanwezig moet worden gesteld. Het is de zoektocht die elke creatie kenmerkt, in dit geval het zoeken naar het belangrijkste wat wij nodig hebben om in communicatie te treden: het Woord. (…) In dit gedicht is de essentie van de poëzie samengevat’

Steven Van Der Heyden over ‘Ontkenningsfase’, een gedicht van Edward Hoornaert:

‘Eden is een rijk thema om in rond te dwalen. Dit gedicht schept een wereld waar het paradijs slechts in flarden
herinnerd wordt, waar we met blinde handen zoeken naar wat verloren is gegaan. Ook de weg terug is geen rechte lijn, eerder een doolhof van verlangen, verzet en vervorming.’

Christophe Batens over het gedicht ‘Horizon’ van Shari Van Goethem:

‘Wat houd ik van dit gedicht. Bij het lezen van de afdeling waar het deel van uitmaakt, bleef het meteen ‘plakken’. Enkele dagen later neem ik het terug onder ogen en doet het precies hetzelfde met me. Horizon, een titel die je in de verte doet turen. Een titel die suggereert dat de bestemming buiten je ligt. Helemaal behapbaar als je denkt op welke manier we vandaag de dag de randen van het universum verkennen om vast te stellen dat die waarschijnlijk niet bestaan. 

Er wacht ons echter een even groots avontuur, wanneer we naar binnen duiken, ergens tussen ons hart en ons brein in. Op zoek gaan naar een ondoorgrondelijk ik, een wezen in ons nog onvoldoende verkend, maar even onmetelijk en complex als het universum buiten ons.’